NL      FR      EN Museum     Kids     Boekingen     Online Bezoek     Geschiedenis     In de klas
DE      ES Cacao & Co     Recepten     Projecten     Video
 
Home
Openingsuren
    Prijzen
Hoe bereiken ?
Groepsbezoeken
Pers & Media
Links
Downloads
Contact

Nieuws

Workshops

Landen





  Choco-Story on Facebook

Choco-Story
 
Geschiedenis De glief Chocolateros Het Codex Mensenoffers De Geraamtes
De Origine 1 Betaalmiddel De Origine 2 De Origine 3 De Beweging De Origine 4
 

De geschiedenis van cacao = 5.500 jaar

De geschiedenis van cacao = 5.500 jaar

De geschiedenis van cacao maakt opnieuw een sprong terug in de tijd.
Deze keer van 1500 jaar.

In de loop van 2014 werden studies gepubliceerd door de Cirad in Montpellier.

Dit centrum bestudeert de genetica van cacao en de verschillende families van Theobroma cacao.

In een 5500 jaar oude site, gelegen in het zuiden van Ecuador, Santa Ana La Florida genaamd, in de omgeving van Palanda, heeft men talrijke voorwerpen teruggevonden waarvan sommigen etensresten bevatten.
De aanwezigheid van theobromine, en dus van cacao, werd in enkele bekers waargenomen.

Cacao groeide in het wild in het noordwesten van het Amazonebekken.

Het is dan ook logisch dat de eerste toepassingen van cacao zich situeerden dichter bij dit deel van de wereld, dan Mexico, waar tot op heden de oudste sporen van het gebruik van cacao teruggevonden werden (4000 jaar).

Het gebied strekt zich uit van het zuiden van Ecuador, waar de Shuars indianen wonen, tot het uiterste noorden van Peru waar de Awajúns indianen wonen.

Twee volkeren beter gekend bij ons onder de naam Jivaros

Het gebruik van cacao door de mens dateert dus van 3.500 jaar vóór
Chr., dat wil zeggen 5.500 jaar geleden !

De oorsprong van het gebruik van cacao

Tot voor kort was de oudste gekende oorsprong van het gebruik van cacao Mexico.

In werkelijkheid sinds de opening van het chocolademuseum Choco-Story in Brugge,  hebben we herhaalde sprongen in het verleden van het gebruik van cacao als volgt kunnen vaststellen :

600 jaar vóór J.C. werd een pot teruggevonden in Colha in Belize
1250 jaar vóór J.C. werd het gebruik van cacaopulp ontdekt  in keramiekrecipiënten in Honduras
1750 jaar vóór J.C. de Mokayas indianen in de streek van Soconusco in het zuiden van Mexico
1900 jaar vóór J.C. de pre-olmeken in het gebied van Veracruz
3500 jaar vóór J.C. het gebruik van cacao door de Shuars indianen in het zuiden van Ecuador, in de site van Palanda

De geschiedenis van cacao gaat dus dit keer zo’n 1500 jaar terug in de tijd.

5.500 jaar geleden hebben de Shuars indianen, beter gekend in Europa onder de naam Jivaros of die de vijand onthoofden, een belangrijke lithische beschaving ontwikkelt in het uitgestrekte gebied van het zuiden van Ecuador tot het noorden van Peru.

Hun kennis op gebied van het bewerken van stenen was uitzonderlijk.

Wij hebben vazen, bekers en schalen gezien gehouwen in harde steen die getuigen van uitzonderlijke finesse.
Sommigen zijn zodanig dun dat ze doorzichtig zijn.
Anderen zijn opmerkelijk van vorm voor objecten in steen die 5.000 jaar oud zijn.

Zij gebruikten cacao. Het bewijs is het stuk van een mortier, waarvan afbeelding hierna, in de vorm van een cacaovrucht.
Maar tot op heden weten we niet hoe de cacao gebruikt werd.

Het is logisch dat cacao reeds vroeger gebruikt werd in de landen rond het Amazonegebied, waar de cacao in het wild groeide.

Men moest echter het bewijs hiervan vinden onder de vorm van waarneembare sporen.
Dit is gebeurd en andere archeologische ontdekkingen zullen nog de lange weg die de cacao heeft afgelegd van het amazonebekken, naar centraal Mexico, waar hij zijn hoogtepunt bereikt heeft, komen bevestigen in de toekomst.

De jivaros

5 volkeren zijn gegroepeerd onder de naam « jivaros »
In Ecuador : de Shuars, de Achuars en de Shiwiars
In Peru : de Aguarunas (of Awajuns) en de Huambisos.

In de Europese landen zijn de jivaros bekend als koppensnellers,
die de hoofden verkleinden tot de grootte van een appelsien.

Het verkleinen van hoofden of « tsantsas” heeft plaats tijdens een ritueel.
Het is een vorm van weerwraak, om gerechtigheid te vragen.
Om zich te wreken op de vijand wordt hij onthoofd en zijn hoofd wordt verkleind. Men zorgde ervoor om de wraakzuchtige geest gevangen te houden. De mond werd dichtgenaaid.

Door het hoofd te verkleinen kon men de geest van de overledene opsluiten en dus zichzelf beschermen tegen weerwraak.

De talrijke conflicten tussen de verschillende groepen of stammen hadden dus niet tot doel zich een zekere rijkdom of territorium toe te eigenen, maar eerder om krachten op te doen en de geest van de vijand in zijn macht te hebben om wraak op hem te nemen voor misbruik en moorden in het verleden, in een eindeloze “vendetta” cyclus.

De hoofden van de gedode vijanden werden meegebracht als trofeeën en werden getransformeerd tijdens een lang en ingewikkeld ritueel om de ziel van het slachtoffer in te palmen om zich zodoende te beschermen tegen de wraak van de vijand.
Aangezien de pas gedode vijand ook een wraakzuchtige geest kon vertonen, diende men absoluut de geest gevangen te houden in het hoofd.

Eenmaal geledigd en ontbeend, werd het hoofd gedroogd met behulp van as en hete stenen, om het nadien te verkleinen en op te vullen met zand, dichtgenaaid en terug in vorm gebracht.
Het werd nadien opgehangen aan de hals van zijn eigenaar tijdens een ceremonie waarbij aan de voorouders getoond werd dat de weerwraak wel degelijk volbracht werd.