NL      FR      EN Museum     Kids     Boekingen     Online Bezoek     Geschiedenis     In de klas
DE      ES Cacao & Co     Recepten     Projecten     Video
 
Home
Openingsuren
    Prijzen
Hoe bereiken ?
Groepsbezoeken
Pers & Media
Links
Downloads
Contact

Nieuws

Workshops

Landen





  Choco-Story on Facebook

Choco-Story
 
Geschiedenis De glief Chocolateros Het Codex Mensenoffers De Geraamtes
De Origine 1 Betaalmiddel De Origine 2 De Origine 3 De Beweging De Origine 4
  7) Een recente studie over de origine van cacao geteeld door de Maya's

De cacao Criollo (Theobroma cacao ssp. cacao) werd meer dan 2500 jaar geleden door de Maya's geteeld. Sommigen beweerden dat deze cacao afkomstig was van Centraal-Amerika, waar hij los van de variŽteiten van het amazone bekken verder evolueerde. De cacaobomen van dit laatste gebied maken deel uit van de tweede morpho-geografische groep, met name de Forastero, en worden geassocieerd met de cacao Theobroma ssp sphaerocarpum.

Om beter de oorsprong en de genetische basis van de Criollo van Centraal-Amerika te kennen, werden analyses uitgevoerd op een steekproef, door zorgvuldig te vermijden dat zuivere Criollo zou vermengd worden met Criollo die gekruist werd met genen van de Forastero.
Deze twee soorten werden "oude" en "moderne" Criollo genoemd.

In tegenstelling tot vorige studies, heeft deze steekproef uitgewezen dat de oude Criollo, die eerder gekwalificeerd werd als een "wilde" soort, een groep vormt die nauw verwant is met de oude Criollo van Zuid Amerika.

De oude Criollo cacaobomen leunen eveneens meer aan bij de Colombiaanse/ Equatoriaanse Forastero soorten, dan bij de andere Zuid-Amerikaanse Forastero soorten

De groep van de oude Criollo vertoonde nauwelijks een genetische verscheidenheid.

De resultaten tonen aan dat de verschillende soorten oude Criollo de originele groep Criollo vertegenwoordigen.

Zij impliceren eveneens dat deze groep geen verschillende nevenvariŽteit vormt en dat zij waarschijnlijk afkomstig is van bepaalde Zuid-Amerikaanse soorten, die door de mens (of dieren) in Centraal-Amerika verspreid werden.

De cacao van het regenwoud van Lacandona komt op moleculair niveau overeen met de variŽteiten die door de Maya's geteeld werden (deze die in de cťnotes van Yucatan, aan de Zuidkust van Mexico en Belize werden aangetroffen), evenals met de variŽteiten in de gebieden van het zuidwesten van Venezuela en het Noordoosten van Colombia.

De verschillende bomen die in het regenwoud van Lacandona werden aangetroffen, mogen dus niet als een "wilde" soort, noch als afkomstig uit dit gebied, beschouwd worden.

Een ander element dat moet in overweging genomen worden, is het gebrek aan bewijzen van de aanwezigheid van Theobroma in de wouden van Chiapas vůůr de menselijke kolonisatie.

Bovendien werden overblijfsels van de Maya beschaving vaak teruggevonden in het regenwoud van Lacandona. Bijgevolg zou de aanwezigheid van Criollo cacaobomen in het woud van Lacandona erop kunnen wijzen dat de Maya's er cacao hebben geteeld.

Aangezien de oude Criollo cacaobomen meer verwant zijn met de Forastero van Colombia en Equator dan met de andere Forastero soorten van Frans Guyana, van Orinoco, van het Lage Amazonegebied of van bepaalde variŽteiten van Peru, vormt de groep Criollo geen verschillende nevenvariŽteit (ssp cacao) ten opzichte van deze die men terugvindt in Zuid-Amerika (ssp sphaerocorpum). In feite wijst alles erop dat de oorsprong van de naam Forastero zeer recent is.

Classificatie van de soorten.

Aangezien de genetische verschillen tussen sommige Forastero soorten gelijkwaardig zijn met deze die waargenomen zijn tussen bepaalde Forastero soorten en oude Criollo, berust de classificatie van de cacao die gebaseerd is op Criollo en Forastero, op geen enkele genetische basis.

Deze classificatie, voor de eerste keer voorgesteld door Morris (in 1882), was immers alleen maar gebaseerd op de termen die door de producenten van Venezolaanse cacao gebruikt werden .

In die tijd werd de term "Criollo" gebruikt om een onderscheid te maken tussen de plaatselijk geteelde boomsoort, die een vrucht met een specifieke vorm