NL      FR      EN Museum     Kids     Boekingen     Online Bezoek     Geschiedenis     In de klas
DE      ES Cacao & Co     Recepten     Projecten     Video
 
Home
Openingsuren
    Prijzen
Hoe bereiken ?
Groepsbezoeken
Pers & Media
Links
Downloads
Contact

Nieuws

Workshops

Landen





  Choco-Story on Facebook

Choco-Story
 
Belize BraziliŽ Costa Rica Costa Rica 2 China Cuba Dom. Rep Filippijnen Guatemala Grenada IndonesiŽ Ivoorkust Japan
MaleisiŽ MaleisiŽ 2 Mexico 1 Mexico 2 Mexico 3 Mexico 4 Mexico 5 Nicaragua Panama Panama 2 Peru Peru 2 Senegal
Thailand Tikul Tikul 2 Trinidad USA Venezuela Venezuela 2 Venezuela 3 Venezuela 4 Venezuela 5 Vietnam
  Mexico

De pre-Columbiaanse volkeren

1. Maya

In het algemeen onderscheidt men 3 periodes in de Maya beschaving.

Préklassieke Periode.

De préklassieke periode strekt zich uit van 2600 vóór Christus tot 250 na Christus. Vanaf -2000 zijn onder invloed van de Olmeekse beschaving verschillende aspecten van de Maya beschaving ontstaan.

Archeologische bewijsstukken tonen aan dat de ceremoniële architectuur van de Maya's ontstaan is rond 1000 vóór Christus. Het is moeilijk een onderscheid te maken tussen de pré-Maya cultuur en de Olmeekse beschaving. Elke cultuur ondervond wederzijdse invloed.

Rond 300 vóór Christus is men getuige van een vermeerdering van de sites en van een intense architecturale aktiviteit, teken van een forse stijging van de populatie. In het bijzonder in de sites van Komchén, Cerros en Tikal. Iedere site ontwikkelt zich op autonome wijze, nochtans gebruikt men overal dezelfde rode keramiek, wat wijst op een onbetwistbare culturele eenheid.

Tussen 50 en 250 van onze eeuw, de proto-klassieke periode genoemd, ontstonden bepaalde spanningen, groeicrisis of invasie, niemand weet het. Bepaalde sites verdwenen zoals Cerros of Komchén, terwijl anderen in omvang toenamen zoals Tikal.

Klassieke Periode.

Tikal speelt een prédominante rol tijdens het eerste deel van de klassieke periode die het hoogtepunt betekent van de Maya cultuur. Een gedateerd zuilvormig gedenkteken bekrachtigt in 292 de overheersing van deze site over de hele Maya wereld. Zijn rol wordt nog versterkt door de banden die hem verbinden met de grote metropool van centraal Mexico, Teotihuacan. Deze uitwisselingen komen tot uiting in de architectuur, de gesteenten en de sculptuur.

Rond het midden van VIe eeuw, stelt men een vertraging vast van de aktiviteiten, die zichtbaar wordt door een onderbreking in de oprichting van gedateerde monumenten. Deze onderbreking betekent het einde van de oude klassieke periode.

Een hernieuwing wordt teweeggebracht rondom de sites - staten die wedijveren voor de prestige. De Maya cultuur bereikt haar hoogtepunt: zij duurt nog tot de Xe eeuw.

Postklassieke Periode

De postklassieke periode, van 900 tot 1516, wordt afgesloten met de Spaanse verovering en betekent de ineenstorting van de sites en de verdwijning van de schrijfkunst op gedenktekens. Oorlogen, ecologische rampen, hongersnood of een combinatie van deze factoren zijn de redenen die algemeen worden vooropgesteld voor de verklaring van deze achteruitgang.

De Maya sites van de noordelijke vlakten van Yucatan blijven echter nog enkele eeuwen verder bloeien, zoals Chichen Itza, Uxmal, Edzna en Coba. Na de val van de dynastie van Chichen en Uxmal, regeert de site van Mayapan over het ganse gebied van Yucatan, tot aan de revolutie rond 1450. Wanneer de Spanjaarden aankomen is het gebied in handen van kleinere steden - staten.

In de zuidelijke hooglanden leeft de Maya cultuur verder met kleinere koninkrijken zoals Quiché, het is namelijk in dit koninkrijk dat één van de meest gekende teksten van de Maya mythologie is ontstaan, met name de Popol Vuh.

Het hiëroglyfe schrift van de Maya's wordt verder gebruikt in de Codexen. Deze worden gemaakt van lange banden van plantaardige vezels bedekt met kalk en geplooid in accordeonvorm. Vier van hen bleven overeind : deze van Dresden, Parijs, de Codex Troano van Madrid en de Grolier.

De Spanjaarden startten de verovering van de Maya gebieden rond 1520. Enkele Koninkrijken trachtten echter op woeste wijze overeind te blijven en zodoende kwam de laatste Maya staat, het Koninkrijk van Itza in Guatemala, slechts in 1697 ten val.

2. De Olmeken waren een volk dat zich ontwikkeld heeft gedurende de preklassieke midden-Amerikaanse periode, tussen de XVIe eeuw
vóór Christus en 150 van onze eeuw, in een noordelijk gelegen gebied van de landengte Tehuantepec, dat het zuidelijk deel van de staat Veracruz omvat en het westelijk deel van Tabasco. Het gaat hier hoogstwaarschijnlijk over de oudste midden-Amerikaanse beschaving. De meest gekende steden zijn deze van La Venta, San Lorenzo Tenochtitlan, Tres Zapotes, Chalcantzingo, en La Mojarra. Het gebied dat de Olmeken bezet hebben tussen de Golf van Mexico en de Sierras is gekenmerkt door overvloedige regens en hebben bijgevolg een overvloed aan waterzones (meren, rivieren,moerassen).

3. De kennis in verband met de Zapoteken is eerder schaars. Het begin van hun beschaving is niet precies bepaald, rond 1500 vóór Christus. Tot de Spaanse invasie, in de XVIe eeuw, vormden ze de meest belangrijke groep van de vallei van Oaxaca. Men veronderstelt dat zij aan de basis liggen van verschillende aspecten van de midden-Amerikaanse cultuur, namelijk het uitvinden van de stad - staat, de berekening met grondtal 20, de rebussen en een kalendersysteem dat soms ook werd toegeëigend aan de Olmeken.

De archeologen onderscheiden verschillende fasen in de beschaving van de Zapoteken vanaf de inbezitneming van het historisch centrum van Monte Alban.

Periode I : van 500 vóór Christus tot 200 vóór Christus : De bevolking van Monte Alban telt ongeveer 10 duizend inwoners. Zij voeren aanzienlijke grondwerken uit. De groei zou een gevolg zijn van de heerschappij over de dorpen van de vallei van Oaxaca.

Periode II : van 200 vóór Christus tot 250 nà Christus. De grondwerken worden nog meer opgedreven hetgeen wees op het ontdekken van belangrijkere bronnen. Het is in die periode dat karakteristieke keramieken van deze cultuur opdoken, met een invloed van de Maya's. De dodencultus ontwikkeld zich met complexe begrafenisrituelen.

Periode III : van 250 vóór Christus tot 700 nà Christus. De gouden jaren van de Zapoteekse beschaving, geeft aanleiding tot de bouw van monumenten die nog steeds bestaan in de huidige sites. De dynastie van de Zaachila vestigt nochtans haar hoofdstad in Téozpotlan, dan dat de maatschappij theocratisch wordt. De God van de regen, Pitao, wordt onder vier verschillende vormen vereerd. De stad Mitla wordt in deze periode opgericht.

Periode IV : van 700 nà Christus tot 1000 nà Christus. De site van Monte Alban schijnt geleidelijk aan verlaten te zijn omwille van, en dit is een hypothese, de zeldzaamheid van hout en de uitputting van de grond.

Periode V : van 1000 vóór Christus tot 1500 nà Christus. De graven van de site dienden als kerkhof voor de Mixteken van hoge rang wanneer deze zich in de vallei kwamen vestigen. Inderdaad, zij werden door de Tolteken en de Chichimeken naar het zuiden gedreven en kwamen in conflict met de Zapoteken.

Zij veroverden eveneens Mitla. In 1280 kwam een koninklijk huwelijk tot stand tussen de twee volkeren met een gelijkaardige cultuur waardoor een alliantie tegen de Azteken werd afgesloten. Hun afstammeling, Cocijo-pij, stierf in 1563. Hij was de laatste koning der Zapoteken en was getuige van de Spaanse verovering.

4. Teotihuacan was de grootste stad van het pre-Columbiaanse Amerika, Haar naam betekent in nahuatl "Daar waar de mannen Goden worden". Volgens een legende is het de plaats van afspraak voor de goden om de schepping van de Mens te plannen.

Deze naam wordt ook gebruikt als verwijzing naar de beschaving die deze stad overheerste en die na zijn maximale uitbreiding het grootste deel van midden-Amerika omvatte. De stad werd ook destijds vernoemd als Tollan, een naam die eeuwen nadien ook gebruikt werd voor de Tolteekse hoofdstad van Tula.

De opbouw begon rond -300, en de stad bereikt haar toppunt tussen 300 en 600, wanneer zij het centrum werd van een invloedrijke cultuur. Op dat ogenblik bedekt zij meer dan 13 km2, en herbergt waarschijnlijk een bevolking van meer dan 150.000 inwoners, misschien zelfs 200.000. Archeologisch bewijsmateriaal toont aan dat in de stadsranden bewoners van andere delen van midden-Amerika verbleven, zoals de Mixteken, de Zapoteken en de Maya's. Zij voerden handel met andere gebieden, o.a. obsidiaan.

De brede centrale laan van de stad was afgeboord met een opmerkelijke ceremoniale architectuur, waaronder de grote Piramide van de Zon en de Piramide van de Maan, de Quetzalcoatle Tempel en verschillende minder belangrijke tempels en paleizen.

In de VIe eeuw is Teotihuacan de 6e stad van de wereld met ongeveer 200.000 inwoners. De bevolking wordt bevoorraad met produkten van de bevloeide velden van de vallei en van de vruchtbare gebieden rond het meer van Texcoco, na drainage van het moeras. Het zout komt van de zoutmijnen van het meer, klei voor de keramiek van de vallei en het gesteente van de steengroeven uit de omgeving.
Door de uitbreiding van de Staat Teotihuacan krijgt de stad de mogelijkheid om controle uit te oefenen over andere grondstofbronnen (obsidiaan van Pachuca en Otumba). Meer dan 400 artisanale ateliers werden ontdekt, waarvan 1/3 keramiek produceert. Men bewerkt obsidiaan, half edelstenen (jade, onyx) en ingevoerde zeeschelpen. Al deze produkten worden lokaal, regionaal en zelfs internationaal verhandeld. Hiervoor krijgt de site exotische materialen terug : kopal, aromatische harsen van de Golf van Mexico, pluimen van de staart van de Quetzal vogel vanuit het Maya gebied.

Teotihuacan is ook het belangrijkste bedevaartsoord van midden-Amerika. Honderden tempels werden geïdentificeerd in heel de stad, offertafels werden teruggevonden in alle residentiële kwartieren, met wierookverspreiders in keramiek en figuurtjes van afgoden. Tlaloc, God van de Regen, zijn echtgenote Chalchihuitlique, de Godin van het water en Quetzalcoatl, de Gevederde Slang, komen voor op de fresco's van tempels en paleizen.

Spijtig genoeg hebben wij geen enkele tekst van Teotihuacan kunnen bemachtigen, maar de stad is sporadisch vermeld in de teksten die voorkomen op de monumenten van de Maya's, en waaruit blijkt dat de adel van Teotihuacan veel reisde en huwde met lokale bestuurders, zelfs van het verre Honduras. De glyphen van de Maya's vermelden een speerwerper die blijkbaar de Keizer van Teotihuacan symboliseert die meer dan 60 jaar regeerde en zijn familie aanstelde als koningen van Tikal en Uaxactun in Guatemala.

Rond 650 was de stad in verval. Zij werd geplunderd en in brand gestoken, misschien door de Tolteekse vijanden, ongeveer in 750.

5. De Tolteken waren een volk dat vooral leefde tussen 1000 en 1300 nà Christus rond de hoofdstad Tula, in de omgeving van Teotihuacan in Mexico. De Azteken willen zich voordoen als hun opvolgers.

Zij waren gevestigd in het centraal plateau (in de zone die vandaag de Mexicaanse staten Tlaxcala, Hidalgo, Mexico, Morelos en Puebla omvatten). Een militaire cast, ter vervanging van de religieuze, controleert de maatschappij.

Hun hoofdstad, Tula, werd veroverd door de Chichimeken in 1168.

De keramieken van Mayapan en Matiazinca vertonen nog hun symboliek.

6. De Azteken is een naam die gegeven werd aan een geheel van 12 Nahuaanse stammen die de huidige stad Mexico gesticht hebben. Zij waren oorspronkelijk nomaden vooraleer ze zich vestigden in het centraal plateau van Mexico. Volgens de legenden zijn ze afkomstig van de omgeving Aztlan (de witte aarde of nog volgens de verklaringen "Het land van de reiger"). Deze plaats zou wellicht gesitueerd zijn in het noord-westen van Mexico (men vindt ze vaak terug in de Staat Nayarit).

Hun migratie zou veroorzaakt zijn door een vogel die van op een hoge boom tihui zingt, hetgeen betekent "laat ons vertrekken". Gevolggevend aan de roep van de vogel, zetten de Azteken zich in beweging rond 1160. Zij maakten een beeld van hun God van de Oorlog of van de Zonnegod Huitzilopochtli en plaatsen dit op een rietenstoel die vooraan de volksverhuizing wordt opgesteld. De historici beschikken over heel weinig informatie over deze periode uit de geschiedenis van de Azteken : talrijke informatie is gebaseerd op late verhalen van de azteekse adel en werd waarschijnlijk verbloemd en gewijzigd om politieke redenen.

Rond de XIe eeuw / XII e eeuw, komen de Azteken aan in centraal Mexico. Zij behoren waarschijnlijk tot de Chichimeken, bestaande uit 7 stammen die centraal Amerika in die tijd bezetten. De Azteken, de zevende stam, kenden alzo een tijdelijk en rondzwervend bestaan gedurende tweehonderd jaar. Maar in deze periode namen zij ook de landbouwtechnieken over van de Tolteken, voor wie zij de grond bewerkten en strijd voerden. Hun religieuze opvattingen en hun persoonlijk pantheon namen een vrijwel definitieve vorm aan, tenminste tot de Tlacaelel hervorming.

Zij vestigen zich eerst aan de rand van het meer van Texcoco rond 1256 en werden daarna verjaagd door de Koning van Azcapotzalco. De Tolteekse koning van Colhuacan geeft in 1299 de toelating aan de Azteken om zich te vestigen aan de rand van zijn Koninkrijk, in een zeer ondankbaar grondgebied in de streek van Tizapan, en biedt zijn dochter ten huwelijk aan, aan de chef Nopaltzin. Deze belooft om van zijn vrouw een "Godin" te maken en houdt woord door haar te laten doden en te verscheuren als offergave. De Azteken worden dan opnieuw verjaagd.

Beschavingen van het Meso-Amerika
Beschaving Periode Lokalisatie
Maya's Van de XXe eeuw vóór Chr. tot XVIe eeuw nà Chr. Op het schiereiland van Yucatan (Mexico) tot het huidige Guatemala
Olmeken Van de XIIIe tot de Ve eeuw vóór Chr. In de holte van de Golf van Mexico, in Mexico
Zapoteken Van de VIe eeuw vóór Chr. tot VIIIe eeuw nà Chr. In de Staat Oaxaca, in Mexico (langs de Stille Oceaan)
Teotihuacán Van de IIe eeuw vóór Chr. tot VIIIe eeuw nà Chr. In de stad met dezelfde naam, gelegen in de Staat van Mexico in Mexico.
Tolteken Van de Xe tot de XIIIe eeuw nà Chr. In de Staat van Mexico in Mexico
Azteken Van de XIVe tot de XVIe eeuw nà Chr. Gelegen in het gebied van het huidige Mexico


Mexico

Mexico is het tweede land dat door Choco-Story, het chocolademuseum van Brugge, bezocht werd in het kader van de grote rondreis naar de productielanden van cacao.

Mexico maakt inderdaad deel uit van de grote zone van Centraal Amerika waar het verbruik van cacao door de mens is ontstaan.

Het is echter hoogstwaarschijnlijk dat Mexico niet het eerste land was waar cacao voor het eerst verbruikt werd.

De cacaoboom zou van het amazonegebied afkomstig zijn en heeft dus bij zijn geleidelijke verplaatsing eerst een omweg gemaakt langs landen zoals Guatemala, Honduras, Belize, …

Het oudste spoor tot op heden teruggevonden is een aarden kruik die in Colha Belize werd opgegraven.
Zij dateert van ± 500 jaar vóór Christus en bevatte een vloeistof die gemaakt werd op basis van cacao, want in de resten ervan werd theobromine teruggevonden. In die tijd was de cacaoplant de enige plant in die streek die deze stof bevatte.

Het gebied van de cacaocultuur

Wij hebben twee gebieden bezocht, Tabasco en Chiapas.

In Tabasco wordt cacao geteeld in de driehoek Comalcalco, Huimanguillo en Conduacan.

De totale productie van gedroogde cacaobonen bedraagt ± 40.000 T / jaar.

Meer dan 30.000 boerenfamilies kunnen hiervan voldoende leven, afhankelijk van de prijs die ze bekomen.

Het prijzenniveau hangt natuurlijk af van de wereldprijs van de cacao.

Dit is de reden waarom het land aanzienlijke inspanningen levert om de kwaliteit van de teelt en van de cacao te verbeteren, teneinde de certificatie bio, fair trade en origine te bekomen.

In het algemeen is de cacao van goede kwaliteit en wij hebben enkele zeer mooie, goed onderhouden plantages bezocht.

Het onderzoekscentrum

Op de weg naar Comalcalco bevindt zich het onderzoeks- en proefcentrum.

Dit centrum selecteert de cacaobomen die de beste oogst geven op gebied van kwaliteit en kwantiteit en op basis van ± 10 enten Trinitario heeft dit centrum een cacaoboom ontwikkeld die :
· weerstand biedt aan de zwam "mancha negra"
· 3500 kg (gedroogde) bonen per ha produceert
· niet té hoog wordt
· bloemen geeft na 1,5 à 2 jaar.

Trinitario plant in serre



Trinitario plant in groei bestemd voor aanplantingen

Een Criollo plantage

De boerderij La Joya behoort toe aan Senora Clara Maria Echeverria de Hernandez

Haar plantage is een voorbeeld van netheid en onderhoud.

Zij teelt enkel Criollo.


Bloem van de cacaoboom


Cacaovrucht


Cacaovrucht uitgehold door groene specht


Plant van criollo cacaoboom


Senora Clara Maria Echeverria de Hernandez, eigenares
van de La Joya plantage, en Eddy Van Belle van Choco-Story


Criollo cacaovrucht
 

Een mooi onderhouden plantage

Fermentatie en het drogen

De boeren leveren hun verse bonen aan de centra voor fermentatie en drogen.

Het gebied telt 31 verwerkingscentra : "beneficiadoras" genaamd.
Zij zijn recent gerenoveerd, zelfs heropgebouwd, in het kader van een uitgebreid moderniserings- en zuiveringsprogramma.

Wij hebben het oude systeem gezien dat erin bestond de bakken manueel te ledigen van de ene bak in de andere en dit gedurende 7 ŗ 8 dagen.

In ťťn van de "beneficiadoras" hebben wij een ingenieus systeem gezien in cascade vorm.
Iedere dag opende men de valluik van een bak om zijn inhoud over te gieten in de volgende, te beginnen met de onderste natuurlijk.

De nieuwe installaties zijn uitgerust met een trechter vooraan en met elektrisch aangedreven hijstoestellen.



Vooraan de beneficiadora van Huimanguillo.
Van links naar rechts : Onofre Vonegas Rojas, Samuel Martinez Chavez,
Ing. Hector Hernandez Flores, Eddy Van Belle, Francisco Galindo


Het sorteren van de bonen


De fermentatiebakken in cascade vorm


Fermentatiebakken


Het drogen van de bonen

Bak met gedroogde bonen


De directeur van de Asociacion agricola de productores de cacao de Huimanguillo,
Senor Esteban Elias Avalos, en Eddy Van Belle van Choco-Story,
het chocolademuseum te Brugge, die de bonen onderzoeken

Productie van chocolade

Een vrij groot aantal van kleine artisanale telers produceren chocolade op primitieve wijze.

De installaties beperken zich meestal tot een molen om de bonen te malen.

Het toevoegen van suiker en een beetje vanille, kaneel en/of peper gebeurt aan de hand van een metate of een klein mengtoestel.

Een typisch voorbeeld is de kleine productie van La Luz.
Dit zeer mooie huis, een vierkante haciŽnda met een patio in het midden, herbergt ook een klein museum en een botanische tuin.
Het museum is klein, maar zeer goed opgevat op gebied van tekstpanelen.

Een deel van de uitgestalde stukken, voornamelijk werktuigen voor de productie van chocolade, wordt nog gebruikt.

Wij waren vooral onder de indruk van een prachtige houten kuip in de vorm van een prauw. Zij is meer dan 100 jaar oud en wordt heden ten dage nog gebruikt voor de fermentatie van de bonen.

De andere machines zijn een toestel om het vel van de gedroogde bonen te halen na fermentatie, een molen om de bonen te malen en er een pasta van te maken, een menger voor het vermengen van de suiker en het kaneel en een cilindermolen.

De chocolade wordt in pastilles gegoten en na afkoeling verpakt per 10.

De pastilles worden gebruikt om chocoladedrank te maken.


Het chocolademuseum La Luz


Een gedeelte van de museumstukken


Mevr. Ana Wolter, eigenares van het chocolademuseum La Luz en
Eddy Van Belle van Choco-Story


De fermentatiekuip uitgehouwen uit een boomstam
 

Paneel aan de ingang


Ancient recipes

We tried to find the ingredients mentioned in the ancient recipes and, having visited the local markets at Villahermosa, San Cristobal de las Casas and Mexico City we came back with samples of all the ingredients we were looking for.

We came back with a dozen different chillis, three kinds of sapote - chico, blanco, negro - (fruit kernels or pips used together with or instead of cocoa), flor negra or vanilla, flor de cordel, flor de corazon, flor de palomitas, pimienta negra and gorda (two types of pepper) and flor de oreja, which was the most difficult to find.

We also discovered a cocoa substitute " pataste ", but we were able to obtain only a dried fruit because it was out of season.

On a plantation, we could see that the trees which provided shade to the cocoa trees were " pataste " trees. The planter told us that " pataste " beans cost even more than cocoa beans.

Next time Choco-Story, the Bruges chocolate Museum, goes to Mexico we will find out more about this mysterious " pataste " tree.

The Quetzal

This magnificent bird hunted by the Mayas for its large green feathers has almost disappeared from the forests of Guatemala.

Here are some photographs of the male with its characteristic long tail, taken at the museum in Villahermosa, Tabasco and in the zoo in Tuxtla.



Nuestro SeŮor del Cacao

De kathedraal gelegen in het centrum van de stad is ťťn van de meest representatieve gebouwen van het katholiek geloof, onder hen "Nuestro Senor del Cacao", Onze God van de Cacao.

De geschiedenis van de " SeŮor del Cacao " dateert van de 16e eeuw wanneer Hernan Cortez begon met de bouw van een kathedraal voor het Nieuwe Spanje. Om een kathedraal te bouwen in verhouding tot de Kolonie, heeft men beroep moeten doen op giften van de gelovigen.

In die periode hanteerde het Nieuwe Spanje een dubbel financieel systeem. Enerzijds hadden zij het Spaans monetair systeem ingevoerd en anderzijds gebruikten ze cacao als betaalmiddel.

Teneinde de mensen aan te zetten om een gift te doen, had de Overheid bij de ingang van de bouwwerf van de Kathedraal, het beeld geplaatst van een Ecce Homo ( een zittende Jezus Christus met een doornenkroon), met een urne aan zijn voeten opdat de mensen hun gift er konden ingooien.

Blij met de gedachte te kunnen meewerken aan de bouw van hun kathedraal en onder de indruk zijnde van het beeld van de Ecce Homo, vulden de gelovigen voortdurend de urne met cacaobonen als giften.
Ziedaar hoe het beeld, de God van de Cacao geworden is.


De productie van cacao in Mexico in 2009

Zoals wij 2 of 3 jaar geleden vreesden werden de cacaoplantages in Mexico sterk aangetast door de « moniliasis ».

Noch de lokale autoriteiten, noch de landbouwersverenigingen hebben aandacht besteed aan onze waarschuwingen.

De « moniliasis », een schimmel die zich razendsnel verspreid van de ene plantage naar de andere is de oorzaak.

Men had deze actief moeten bestrijden, hetgeen niet gebeurd is.

Nochtans was dit eenvoudig. Wij hadden de te ondernemen acties vermeld, maar dit vergde intensief werk op de plantages.

Men moet minstens eenmaal per week in gans de plantage alle aangetaste vruchten wegknippen.

Men moet de bovenste takken van de cacaobomen die het zonlicht belemmeren afzagen.

Men moet besproeien. Kortom, men moet ermee bezig zijn, hetgeen niet of te weinig gebeurd is.

Er zijn vandaag nog 37.000 cacaoproducenten in Mexico voor een totale oppervlakte van slechts 61.000 ha, hetgeen nauwelijks een gemiddelde van
2 ha per landbouwer geeft. Maar in werkelijkheid bedraagt dit voor de meesten onder hen nog minder, want er zijn ook plantages van 10, 20 of meer ha.

De productie van gedroogde cacao bedraagt vandaag nauwelijks 300 à 400 kg per ha.

De totale productie van het land is volgens de autoriteiten gedaald van
± 50.000 T naar 25.000 T, maar sommige personen zeggen dat dit eerder slechts 10.000 T bedraagt.

Ongeveer 70 % is afkomstig van Tabasco, 29 % van Chiapas en 1 % van Guerrero en Oaxaca.